Sep Verboom

Sep Verboom

EERDER CONNECTOR DAN ONTWERPER 

Industrieel ontwerper Sep Verboom is 27 jaar en een kind van zijn generatie: idealistisch, maar nuchter. Lokaal én globaal. Collectief eerder dan individueel. Communicatief ook. Hij werkt én voor de industrie én voor ngo’s. Zijn rode draad is gemaakt van rotan, de klimplant uit Azië.

Young Talent

Editie 2017

Artikel door Leen Creve

Video door Productiehuis Hetbeweegt.be

Geen tijd te verliezen, dacht Sep Verboom. Toen hij afstudeerde, een dikke vijf jaar geleden, was dat meteen met twee diploma’s tegelijk: een van Industrieel Productontwerpen aan Howest en een postgraduaat Duurzame ontwikkeling aan Vives, ook in Kortrijk. “Ik vond beide interessant, en ik kon het combineren,” verduidelijkt hij schouderophalend. Zijn afstudeerproject was een combinatie van beide interessegebieden: hij ging in de Filipijnen op zoek naar een manier om “innovatief na te denken rond afval”. “Een meer concrete briefing had ik niet toen ik naar ginder trok.” Hij kwam er terecht bij Nida Cabrera. “Mijn Filipijnse mama noem ik haar, ik heb een kamertje in haar huis ondertussen. Ze is milieuactiviste en was toen schepen van afval  van Cebu City. Ze leidde mij rond: van de sloppenwijken met zijn junkshops waar herbruikbaar afval aangeboden wordt door de allerarmsten tot de grotere afvalmaatschappijen. Een waanzinnige inkijk kreeg ik dankzij haar. Het leidde tot de Fan-lampen: gemaakt van de kappen van ventilatoren, die en masse weggegooid worden. Ik begeleidde workshops en ging na in hoeverre er andere materialen tussen geweven konden worden om tot een interessant product te komen. Rotanvlechten is immers dé expertise daar. Ik kwam met prototypes als bachelorproef terug naar huis. Door mijn atypische stage miste ik bedrijfservaring, zoals mijn klasgenoten die bij bedrijven of ontwerpstudio’s terechtkwamen.”

Sep Verboom, Foto door Aaron Lapeirre
Sep Verboom, Foto door Aaron Lapeirre

Joa Herrenknecht, een ontwerpster uit Berlijn was een tweede belangrijke vrouw in zijn carrière. “Ik deed er een half jaar stage, en bleef nog eens zes maanden als assistent. Joa werkt voor de industrie: voornamelijk meubelen en interieurobjecten. Ik leerde van haar de knepen van het vak en het ritme van de sector: beurzen in Milaan, Parijs, Keulen en Londen. En pitchen, fabrieksbezoeken en onderhandelingen.” Met die bagage onder de arm, en na een succesvolle passage op een beurs in Londen, met flink wat persaandacht, besloot hij opnieuw naar de Filipijnen te trekken om er deze keer een serie lampen te maken. Twee maand bleef hij, en dit keer kwam hij terug met honderd lampen van gerecycleerde ventilatoronderdelen en geweven rotan. “Ontwikkeling, productie, marketing en shipping, verkoop, ik deed alles. Ik deed mijn uiterste best, maar toch liggen er vandaag nog een resem lampen te wachten in een garage. Elke maand verkoop ik er eens eentje…. Het gaat traag. Maar ik ga ze niet met korting verkopen, no way. Werkuren en materiaalkost zijn toch dezelfde gebleven? Misschien moet ik ze zelfs duurder beginnen maken?” 

Hanging Lamps, Foto door Aaron Lapeirre
Hanging Lamps, Foto door Aaron Lapeirre
Fiber Stitching
Fiber Stitching

Een tweede reis naar de Filipijnen bracht Sep Verboom naar het eiland Mactan waar hij een gemeenschap leerde kennen die de garens van kapotte scheepstouwen recupereert en ermee weeft. “’Waw, dacht hij, dit is zo uniek, dit verhaal moet verteld worden. Ik heb het vastgelegd met twee lokale documentairemakers. Dat waren eigenlijk skaters die erg goed waren in het filmen van hun skate-oefeningen. Met dat filmpje trok ik hier rond. Johan Valcke bereidde op dat moment als curator de expo Hands On Design voor. Hij introduceerde me bij Papilio uit Kuurne, dat tapijten fabriceert. Daaruit kwam de Rope Hope tapijtcollectie. Deze is klaar, maar het is nu wachten op een geschikte afnemer. Het was een goede oefening: de touwen werden vanuit de Filipijnen verscheept naar de fabrieken van Papilio in India… een goede economische en logistieke oefening. En voor mij een belangrijke les: misschien moest ik eerder dan producten zélf op de markt te willen brengen de industrie proberen warm te maken voor een bepaald verhaal?”

“Ik besloot Livable op te richten, een collectief waarin verhalen van gemeenschappen en interessante materialen gebundeld kunnen worden, waarin ik andere ontwerpers wil betrekken, en de industrie. En waarbij winst ook belangrijk is. Mensen doen al eens raar over winst, maar om dit soort projecten draaiende te houden is profit erg belangrijk. Als je dat niet hebt, blijft het tijdelijk en zo zijn er duizenden projecten. Maar dan moet je wel transparant zijn over waar je winst naartoe gaat. Duurzaam ondernemen is ook goed communiceren.” 

De tentoonstelling Hands On Design in het Design museum Gent leverde nog een tweede project op: de Aya collectie. “Johan Valcke koppelde me aan Vincent Sheppard, marktleider in Lloyd loom techniek. Zij gebruiken rotan voornamelijk als frame materiaal: het is flexibel, buigzaam en licht, maar toch sterk. Verder gebruiken ze natuurlijk papier om hun stoelen mee te maken. Zij waren vragende partij om met een designer te werken, en aangezien ik ervaring had met rotan, kon ik hen overtuigen. Voor ik het wist zat ik op het vliegtuig naar hun fabriek in Indonesië.  Ik heb rotan op een andere manier versneden dan gewoonlijk, waardoor je sterke, maar nog steeds flexibele latjes krijgt, waar je nog steeds mee kan weven. Maar je hebt minder verbindingspunten nodig, dus je kan een meer open zitting en rugleuning houden. Die heb ik op een metalen frame gezet, dat verstopt zit in een rotan armleuning. De kussens worden op maat gemaakt in Spiere bij Kortrijk. Lokaal en globaal dus. Ook tafeltjes en rekjes zijn ondertussen in productie. Het wordt een hele familie. 

Coralie Claeys, CEO en designer bij Vincent Sheppard besliste om Sep Verboom in de zomer van 2016 parttime in dienst te nemen als ontwerper. Soms in Kortrijk, soms in Indonesië. “Ik had Coralie gezegd dat projecten in het buitenland mij altijd zouden aanspreken, dus dat ik regelmatig eens voor langere periode weg wilde. Zij geeft mij die kans. In 2016 én 2017 ging ik naar Brazilië: de eerste keer om met klei te werken, de tweede keer met vezels van de Carnauba boom. De eerste keer was leerrijk omdat ik voor het eerst unieke stukken maakte, de tweede keer omdat we er met een groep designers waren en we samen aan de slag gingen. Drijvende kracht achter die reizen naar Brazilië was telkens journalist en curator Elien Haentjens. Ook door haar heb ik veel bijgeleerd en kansen gekregen. Ik werk volgens een specifieke ontwerpmethode met ambachtslui: “maak een waterkoeler bijvoorbeeld, dat is een object dat ze kennen. De enige voorwaarden waren dat ze een nieuwe vorm moesten bedenken én dat ze samen moesten werken. Op die manier leer ik snel zwaktes en sterktes van die ambachtsmensen kennen: sommigen boetseren snel, anderen zijn beter in afwerking …. De tweede keer Brazilië leidde dan weer tot een serie tafeltjes en maskers, volledig geweven uit Carnauba. Dit project, Joias, loopt nog door. We hebben een film gemaakt over het materiaal waar ik mee naar fabrikanten ga stappen.”

Sep Verboom werkt ook vlakbij: “Op dit moment  maak ik een reeks interieurobjecten met maatwerkbedrijven in Gent, met steenkappers en lederbewerkers, een project van Ministry of Makers en Stad Gent. En met een bedrijf uit Brugge dat iets wil doen met vissenleer. En ik ben ingestapt in het project Maakbaar van Bos+ en Flanders DC, dat duurzaam design onderzoekt. Tegelijkertijd ben ik met een soort totaalproject rond rotan bezig, dat materiaal laat ik niet los. Ik geloof in het materiaal, ik ken het goed, ik werk er dagelijks mee en ik geloof dat het een belangrijke rol zal spelen in de toekomst. Rotan is immers een snelgroeiend klimliaan, op bomen. Om rotan te laten groeien heb je dus bossen nodig. Rotan verantwoord kweken, betekent bossen in stand houden. Mijn groter doel is om een FSC-achtig label voor rotan te creëren. En om het voor te stellen aan ontwerpers en industrie. Zodat het een compleet verhaal wordt.” 

Fiber Coiling
Fiber Coiling

Wat hem in the end het meest bezighoudt? De toekomst. Zelfs de verre toekomst. “Industriële productie zoals het in de 20ste eeuw ging, heeft dat nog zin? Duizenden stuks maken, opsturen naar de andere kant van de wereld, stockeren en dan hopen op verkoop? En als het niet verkocht raakt verbranden of in solden zetten? Dat is toch absurd. Ik geloof dat er een kentering aan de gang is.  Valt er niet veel meer te zeggen voor lokaal en on demand produceren? Eens die omslag gebeurd, stop ik. Zolang dat niet het geval is, doe ik verder.”

“Mensen hoeven mijn producten niet te kopen, maar als ze het verhaal horen, van hoe ze gemaakt zijn, door wie en met welk materiaal, ben ik al blij. Ze mogen wel weten dat er alternatieven zijn voor klassieke industriële productie. Eigenlijk zie ik mezelf niet als ontwerper maar eerder als connector. Ik hou ervan om mensen bij elkaar te brengen en te laten samenwerken. Om openingen in het systeem te zoeken.”

“Of ik de wereld wil veranderen? Niet noodzakelijk. Voor mij is het common sense. Het is logisch om bezig te zijn met de oorsprong van materialen, met recycleerbaarheid, met ontmanteling van producten, met duurzaamheid. Er is geen andere weg. Dat vertel ik niet op een podium of in een parlement, maar in een (online)winkel. Met producten en objecten die mensen in huis kunnen halen. Die ze kunnen vastpakken. Misschien maak  ik wel protestobjecten zoals zangers protestsongs maken?”

De jury over Sep Verboom: Industrieel ontwerper Sep Verboom (1990) is een kind van zijn generatie: idealistisch, maar nuchter, lokaal én globaal, collectief eerder dan individueel, communicatief ook. De (verre) toekomst houdt hem het meest bezig. En dat waardeerde de jury zeer. Duurzaamheid, in de hele brede zin van het woord, is de rode draad doorheen zijn aanpak, zijn objecten, en de manier waarop hij zich bewust als duurzaam ondernemer opstelt. Sep wil mensen duurzame alternatieven aanwijzen voor de klassieke industriële productie en mensen bij elkaar brengen en laten samenwerken om zo openingen te vinden in het systeem. Momenteel werkt hij zowel voor de industrie als voor ngo’s. 

De jury beschouwt Sep Verboom als een schoolvoorbeeld van wat de ontwerper de dag van vandaag moet zijn: niet alleen maker en bedenker, maar ook inspirator en connector, en natuurlijk: wereldverbeteraar.